Artikel in De Tijd

Vlaamse scale-up haalt dure edelmetalen uit afvalwater

Vlaamse scale-up haalt dure edelmetalen uit afvalwater

De Vlaamse scale-up Inopsys haalde 5,2 miljoen euro vers kapitaal op om nieuwe installaties te bouwen bij chemie- en farmabedrijven en er waardevolle stoffen uit het afvalwater te halen. ‘Het gaat hier nog plezant worden.’

Een eerste installatie van Inopsys draait al enige tijd in de geneesmiddelenfabriek van Janssen Pharmaceutica in Geel. Die recycleert er jaarlijks 40 tot 80 ton zink uit het afvalwater. Het contract betekende de grote doorbraak op een moment dat het bedrijf twee werknemers telde.

‘Ik ben zeer blij dat een multinational als Janssen toen zijn nek heeft uitgestoken. Zonder hadden we nu misschien niet bestaan. Als start-up moet je soms wat geluk hebben, maar dat dwing je natuurlijk af door hard te werken’, zegt Steven De Laet, CEO en oprichter. Het project was een visitekaartje. ‘Het maakt het makkelijker om projecten binnen te halen. En die zijn op komst’, klinkt het.

Inopsys - een spin-off van de KU Leuven - ontwikkelde technologie om waterstromen van farma- en chemiebedrijven te zuiveren. Die stromen kunnen medicijnrestjes bevatten, of metalen à la zink, palladium, platina of vanadium. Dat zijn metalen die gebruikt worden als katalysator om het productieproces te versnellen, waarna kleine hoeveelheden achterblijven.

Water verbranden
Dat verontreinigde water wordt nog met vrachtwagens afgevoerd naar ovens waar het wordt  ‘verbrand’. Het water verdampt en de overgebleven assen worden gestort of verwerkt. ‘Water verdampen was 40 jaar geleden misschien een goede oplossing, maar dat is niet meer van deze tijd. Circulair denken is een economische vereiste geworden.’

‘We zuiveren het water daar, waarna het bedrijf het mag lozen en het opnieuw in het oppervlaktewater terechtkomt’, zegt CEO en mede-oprichter Steven De Laet.

Als alles vlot verloopt, zal Inopsys dit jaar over alle projecten heen zo’n 60 miljoen liter water van de verbrandingsoven redden. Dat is gelijk aan het waterverbruik van ongeveer 500 gezinnen. ‘Dat is een druppel op een hete plaat, maar met elk nieuw project tikt dat cijfer aan’, luidt het.

Daarbovenop recycleert Inopsys uit het water waardevolle stoffen voor hergebruik. Er zijn, naast dat in Geel, drie projecten in opstart die tegen mei up and running zullen zijn.

Duur palladium
Bij twee ligt de focus op het recycleren van palladium, dat ook gebruikt wordt in onder meer autokatalysatoren. ‘We spreken over enkele tientallen kilo’s per jaar. Als je weet dat de marktprijs voor een kilo 60.000 euro is, spreek je snel over grote bedragen. Dat maakt het een mooie businesscase’, zegt De Laet.

Inopsys wordt niet de eigenaar van het kostbare metaal. ‘We zijn geen grondstoffentraders. Voor een klein en jong bedrijf zijn de prijsfluctuaties een te groot risico. Liever leggen we een vaste opbrengst vast per kubieke meter water die we verwerken. Maar we houden wel rekening met de waarde van de gerecycleerde stoffen.’

Het bedrijf bouwt bij zijn klanten ‘waterfabriekjes’, in zeecontainers. ‘Kleine installaties bestaan uit één container. Grotere bestaan uit drie of zelfs tien stuks die we als legoblokjes in elkaar steken. Met zo’n modulair concept kunnen we gemakkelijk inspelen op productieaanpassingen bij de klant.’

Inopsys denkt de komende jaren een vijftal projecten per jaar te kunnen opstarten. Omdat Inopsys de projecten moet voorfinancieren en de inkomsten pas later binnenstromen, was extra kapitaal nodig om de groei te versnellen.

Het haalde 5,2 miljoen euro op bij PMV, Innovation Fund, het impactfonds Telos Impact en ALIAD, de durfkapitaalarm van Air Liquide. Dat lukte, zelfs tijdens de pandemie. ‘Je denkt wel: 'Oei, zal dat wel lukken?' Maar achteraf was het misschien zelfs eenvoudiger dan de eerste ronde vijf jaar geleden. Toen was ons concept niet echt hot. Er was toen meer animo voor apps en artificiële intelligentie. Er was een beetje aandacht voor duurzaamheid, maar nu zijn de circulaire economie en waterschaarste echt een groot thema geworden. Wij zitten daar midden in. We zijn nu een scale-up, klaar om onze technologie uit te rollen’, zegt De Laet.

De Laet begon zijn carrière als scheikundig ingenieur bij Bayer. Hij passeerde onder meer bij BASF en de bierfabriek van AB InBev in Leuven, om zich vervolgens op Inopsys te gooien. ‘Ik wilde iets in beweging zetten. Vaak doe je dat door out of the box te denken. Maar in grote bedrijven moet je daarvoor geduld hebben, en ik heb niet veel geduld’, zegt hij.

Buitenlandse expansie
Door de focus op farma- en chemiebedrijven als klant, was België de gedroomde locatie om van start te gaan. ‘Het was een bewuste keuze om eerst hier onze strepen te verdienen. Onze potentiële klanten hebben ook vestigingen elders in Europa en zo zullen we meegetrokken worden naar het buitenland.’

Inopsys lonkt nadrukkelijk naar het buitenland om klanten te lokken, onder meer in Zwitserland. ‘Het is een groot farmaland met bedrijven als Roche en Novartis. We zijn van plan er een eigen kantoor op te zetten’, zegt De Laet.  Ook in Nederland en Duitsland rijpen de eerste projecten. ‘Het is sinds de opstart een speciale trip geweest, met ups-and-downs. Nu zijn we klaar voor de internationale expansie. We komen in een nieuwe fase terecht, en het zal nog plezant worden.’
 

-

“Als start-up moet je soms wat geluk hebben, maar dat dwing je natuurlijk af door hard te werken.”
STEVEN DE LAET
CEO EN OPRICHTER INOPSYS

-

bron: https://lnkd.in/eCsBzXJ

auteur: Jan De Schampelaere 

foto: Siska Vandecasteele